Handwerk uit het Ertsgebergte - Welkom bij Speelgoedwinkel 'Spelenderwijs' te Scheveningen.

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Traditioneel handwerk uit het Ertsgebergte.

Naast onze luxe speeldozen (zie het menu) halen wij ook prachtig handwerk uit het Ertsgebergte. Dit is het grensgebergte tussen voormalig Oost-Duitsland en Tsjechië, waar vroeger zilver, kobalt, steenkool, tin en uranium werd gevonden. Uit de omgeving van het plaatsje Seiffen - deze streek wordt ook wel het "Spielzeugland" of het "Weihnachtsland" genoemd - komen de prachtigste ornamenten, houten figuren, notenkrakers, raamversieringen, en nog veel meer.

Nog steeds worden deze artikelen met de hand gemaakt (hoogstens een draaibank wordt gebruikt) en beschilderd, zoals dat eeuwenlang door de mijnwerkers in de lange winteravonden thuis werd gedaan. Bij de onderwerpen overheersen de Kersttijd, de Pasen en het voorjaar (Bloemenkinderen, dansen rond de Meiboom).  

Hieronder een paar voorbeelden:


Nussknacker (Notenkraker)

Veruit het bekendste figuurtje uit het Ertsgebergte is de Notenkraker. Geen huis in het Ertsgebergte of er staat wel een notenkraker. De notenkrakers beelden oorspronkelijk 'autoriteiten' uit, zoals koningen, soldaten, jachtopzieners, agenten, en zo meer. De rookfiguurtjes (zie hieronder) zijn daarentegen uitbeeldingen van de beroepen van het 'gewone volk'. De notenkraker is vooral bekend geworden door het sprookje 'Nussknacker und Mausekönig' van E.Th.A. Hoffmann. Op basis van dit sprookje, dat zich op Kerstavond afspeelt, schreef Tsjaikovski de balletmuziek 'De Notenkraker'.

Rechts een foto van de grootste pneumatisch werkende notenkraker (5,87 meter hoog - Guinness Book of Records 1998) die bij het Nussknackermuseum in Neuhausen staat. In dat museum heeft men trouwens ook de kleinste: 4,9 mm.!

Hiernaast twee 'Olbernhauer Reiterlein', een eigenaardige variatie op de notenkraker, die alleen in Olbernhau, vlak aan de Duits-Tsjechische grens, voorkomt. De oorsprong van deze vreemde combinatie van 'autoriteiten' op een hobbelpaard is niet geheel duidelijk. Misschien nam men de soldaten vroeger ook niet altijd serieus...
In de Kersttijd staan er ook twee meer dan levensgrote 'Reiterlein' op de Markt van Olbernhau (afbeelding rechts).

Weihnachtspyramide (Kerstpyramide)

Links twee grotere Kerstpyramides, een enkele en één met meer etages. De wieken en dus ook de voorstellingen op elke etage gaan draaien door de warmte van de kaarsen. In ieder zichzelf respecterende stad of dorp in het Ertsgebergte staat ook op het belangrijkste plein een grote (electrische) pyramide (afbeelding rechts). Deze worden meestal op eerste advent op gang gebracht (Das Anschieben der Pyramide) en blijven dan draaien tot Driekoningen.

Rechts de wat kleinere pyramides met één etage en dus één voorstelling, die gaat draaien door de warmte van de kaarsjes.

Schwibbogen (Lichtboog)

Links een zgn. 'Schwibbogen' (Lichtboog). In de winter daalden de mijnwerkers af in de mijngangen terwijl het nog donker was en als zij er weer uit kwamen was de avond alweer gevallen. Men zag dus nauwelijks het daglicht en het is te begrijpen dat het licht voor deze streek een grote plaats inneemt in de viering van Advent en Kerst. De ingangen van de mijnen werden in de kersttijd verlicht met lampen of kaarsen langs de rand van de ingangen en zo ontstond er een lichtboog, waarnaar de Schwibbogen zijn gemodelleerd.

In het zogenaamde 'Weihnachtsland' in het Midden-Ertsgebergte staan deze bogen of (bij minder grote ramen) een of meer kaarsen vanaf de eerste Advent tot aan Driekoningen achter de ramen van de huizen in het Ertsgebergte. In vele dorpen staan ze ook buiten, zij het in meestal metaal en met electrische verlichting. De motieven zijn meestal scenes uit het vroegere mijnwerkersbestaan, zoals bij deze afbeelding, of het stelt het Kerstverhaal voor.


Räuchermänner (Rookfiguurtjes)

Rechts een groep 'Räuchermänner" (rookfiguurtjes). De figuurtjes zijn uitgehold en zijn in de meeste gevallen voorzien van een los onderstel. Hierin wordt een geurig rookkaarsje geplaatst; de rook komt uit de mond of de pijp van het figuurtje. Ook de rookkaarsjes worden - in verschillende geuren - gemaakt op diverse plaatsen in het Ertsgebergte.
De rookfiguurtjes beelden 'gewone mensen', figuren uit het dagelijks leven uit, zoals bakkers, spinsters, timmerlieden, oma's en opa's, schoolmeesters en marskramers, oorspronkelijk uit de Biedermeiertijd (ca. 1815-1850), die meestal cartoonachtig en zeer vrolijk zijn weergegeven. Dit in tegenstelling tot de grote notenkrakers, die over het algemeen autoriteiten uitbeelden, zoals koningen, officieren en boswachters.

Bergmann und Engel (Mijnwerker en Lichtengel)

'Bergmann und Engel'.
Een groep mijnwerkers en engelen (vrouwenfiguren met het traditionele mijnwerkershoofddeksel en met vleugels). Bij de geboorte van een zoon werd een mijnwerker in het raam geoplaatst, bij een dochter de lichtengel. Beide figuren dragen meestal twee kaarsen, maar er zijn ook - minder voorkomende - varianten.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu